Leeromgeving

Omgeving, materiaal en de montessorileraar worden ook wel de pijlers van Ďde Methodeí van Maria Montessori genoemd, ieder met hun eigen specifieke inhoud en onderlinge relatie. Deze drie tezamen vormen de voorbereide omgeving. De voorbereiding van de omgeving betreft het organiseren van activiteiten en het inrichten van ruimten binnen en buiten het klaslokaal met de benodigde materialen en hulpmiddelen

We gaan er in  het montessorionderwijs wordt vanuit  dat de drang tot ontwikkeling bij ieder mens van nature is gegeven en onder meer tot uiting komt in Ďgevoelige periodení. Wanneer de juiste omgeving wordt gecreŽerd, zal het kind de mogelijkheid grijpen om zich doelgericht, snel en efficiŽnt te ontwikkelen.

Op de montessorischool vinden de kinderen materialen en activiteiten die passen bij hun ontwikkelingsfase en belangstelling. In het groepslokaal ligt het materiaal in open kasten, die makkelijk toegankelijk zijn. Ook de omgeving buiten het lokaal is belangrijk; we stimuleren dat kinderen leerervaring opdoen in de stad en de natuur. Het kind heeft een zeker vrijheid in de werkkeuze en mag zich vrij bewegen door de klas. Aan grote tafels in de centrale ruimtes kunnen groepjes kinderen gemakkelijk samenwerken.

We willen zo een gestructureerde, geordende en selecte omgeving creŽren. Het is een activerende omgeving, in die zin dat zij de kinderen uitdaagt om nieuwe taken aan te pakken, initiatieven te nemen en grenzen te verleggen. Actoren in deze omgeving zijn kinderen, groepsgenoten en de leerkracht.
De leerkracht is ontwerper en ontwikkelaar van die rijke, activerende en uitdagende omgeving (gebruikmakend van het traditionele (ontwikkelings-) materiaal van Montessori, nieuw ontwikkeld materiaal en ICT. Zijn of haar rol is daar echter niet toe beperkt, maar bestaat uit actieve deelname binnen deze omgeving door kinderen te volgen in hun ontwikkeling, in te wijden en, daar waar nodig, in te grijpen.

De verschillende ontwikkelingsfasen waarin kinderen kunnen verkeren, zijn van invloed op de eisen aan de inrichting van de omgeving. In de onder- en middenbouw van het basisonderwijs willen we de mogelijkheid tot ontdekkend leren en het  ontwikkelen van eigen initiatief creŽren. In de bovenbouw van onze scholen vinden de kinderen in de voorbereide omgeving mogelijkheden om persoonlijke ervaringen, specifieke kennis en initiatiefrijk gedrag uit te bouwen en een studiehouding te ontwikkelen.

Kinderen hebben in die omgeving binnen bepaalde grenzen vrijheid in werkkeuze, werkduur, tempo en werkcyclus. Zij kunnen en worden ter wille van hun ontwikkeling ook aangespoord ervaring op te doen waar zij niet direct affiniteit mee hebben. Dit garandeert dat kinderen voldoende kennis en vaardigheden opdoen. Zo kunnen zij uiteindelijk op een zinvolle wijze te deelnemen aan de cultuur en maatschappij waarin zij opgroeien.

Naarmate kinderen ouder worden, meer ervaring opdoen, verder gevorderd zijn in de ontwikkeling van de wil, van moraliteit en sociale relaties, worden de kaders in de groep ruimer en de keuzemogelijkheden groter. Zo komt het principe van de afnemende leiding en dus van overdracht van zelfverantwoordelijkheid van onze kinderen tot uitdrukking. Kunnen en willen kiezen is een voorwaarde voor de ontwikkeling van de zelfstandigheid.

Leerkrachten
In een omgeving die het kind voortdurend prikkelt tot zelf handelen, zijn deskundige leerkrachten essentieel. Onze gediplomeerde leerkrachten hebben een extra montessoriopleiding gevolgd of zijn daarmee bezig. Zij zijn geschoold in het observeren van ieder kind afzonderlijk en in het aanbieden van de montessorileermiddelen.

Stichting voor Montessori-onderwijs
Zuidoost Nederland
Noordkade 2f
6003 ND Weert
(0495) 547998
info@mozon.nl