Individueel onderwijs

Het klassikale onderwijs in Nederland gaat nog altijd uit van een groepsgerichte aanpak. Men spreekt daar van een ‘groep individuen’. In het montessorionderwijs ben je als kind een individu in een groep. Dit is een essentieel verschil.

Individueel onderwijs is onderwijs dat respect heeft voor en uitgaat van de eigenheid van ieder individu. Op onze scholen verstaan we onder individualiteit het geheel van eigenschappen en hoedanigheden van kinderen die een kind doen kenmerken en/of onderscheiden. Er zijn immers  verschillen tussen kinderen. Montessori vestigde de aandacht op die verschillen, Niet alleen op verschillen in aanleg en milieu, maar juist in tempo van ontwikkeling. Het ene kind kan veel langer over een bepaalde stap in de ontwikkeling doen dan het andere. Voor ieder kind geld dus een eigen (leer)plan.

Uitgaande van het montessoriprincipe ‘alle opvoeding is zelfopvoeding’ ontwikkelt het kind zich door in relatie met de omgeving te treden en daarin actief te zijn. Het leert door zelf werkzaam te zijn. Dit is een natuurlijke behoefte. Wil de zelfwerkzaamheid effectief tot resultaten leiden, dan moet de omgeving op onze scholen inspirerende en uitdagende leersituaties aanbieden.

Als onze kinderen zelfstandig kunnen werken kunnen zij in samenwerking komen tot een resultaat terwijl ieder kind daarin een eigen persoonlijk aandeel heeft.  Het is tegelijkertijd ontzettend belangrijk dat kinderen ook oog krijgen voor anderen kinderen, behulpzaam zijn, begrip hebben voor het verschil in leeftijd en ontwikkeling en begrijpen dat ieder kind anders is en mag zijn.

De verticale groepsindeling , je bent als kind een keer de jongste, de middelste of de oudste in een groep, helpt mee aan de sociale ontwikkeling. Kinderen willen graag leren van oudere kinderen en nemen hun positieve leergedrag over, competitiedrang ontbreekt en er is begrip voor het feit dat een jonger kind iets nog niet goed kan.

Dit vraagt om bijzonder kwaliteiten van leerkrachten in het montessorionderwijs. Zij  dienen hun eigen gevormde identiteit te kennen en te herkennen om aldus de montessorivisie te kunnen uitdragen en op deze wijze de individualiteit van kinderen te erkennen. Dit betekent in de praktijk dat zij op de achtergrond blijven en in staat zijn op het juiste moment die dingen te doen die belangrijk zijn. Basisvaardigheden hierbij zijn: gericht observeren, analyseren, signaleren, gericht afwachten én gericht interventies toepassen.

Bron: Joëlle de Groot & Martine Lammerts (red.) Visiestuk NMV Innovatief Montessori onderwijs (2016) 9-10.
Stichting voor Montessori-onderwijs
Zuidoost Nederland
Noordkade 2f
6003 ND Weert
(0495) 547998
info@mozon.nl